juridisch
Korps discrimineert
met aanstellingseis

‘Uit een rij van honderd mensen zou ik háár aanwijzen als agent.’ NPB-jurist Eva Nieuwenhuizen-Demirci heeft geen enkele twijfel over de geschiktheid van haar cliënte. ‘Kordaat, stabiel, evenwichtig. Het was ook geen wonder dat ze met vlag en wimpel door alle selecties kwam. Tot de gehoortest bij de medische keuring. Volgens de criteria moest ze die test zonder haar hoortoestellen doen. En dat leidde dus tot een afwijzing.’ Onterecht, vonden het NPB-lid en haar bond. Ze legden de zaak voor aan het College voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelde dat er wel degelijk sprake was van discriminatie.
De kern van de zaak is eigenlijk de ouderdom van de medische selectiecriteria. ‘Die dateren uit 2002. Een tijd waarin hoortoestellen anders waren dan nu’, legt Eva uit. ‘De techniek heeft de medische selectiecriteria allang ingehaald. Het korps mag na deze uitspraak dan ook niet meer zonder meer stellen dat het dragen van een hoortoestel een absolute contra-indicatie is om agent te kunnen en mogen worden.’’
Technische ontwikkelingen
De technische ontwikkelingen hebben in - bijna - een kwart eeuw niet stilgestaan. ‘Hoortoestellen zijn veel kleiner geworden. Ook kun je ze diep verborgen in je oor dragen. Bovendien zijn verschillende typen gehoorapparaten goed bestand tegen water. Misschien niet helemaal voor een duik van tien meter in de oceaan maar zeker wel als je iemand in Amsterdam uit de gracht moet vissen. En daar had mijn cliënte haar zinnen op gezet’, vervolgt ze lachend. De actuele technologie op het gebied van hoortoestellen neemt in haar visie de argumenten voor de uitsluiting van kandidaten met een gehoorapparaat helemaal weg. ‘Je kunt ze helemaal niet gemakkelijk verliezen tijdens je politiewerk. En ze kunnen dus tegen water.’
Aan het lijntje
Jammer genoeg had het betreffende NPB-lid nog met een ander obstakel te maken gekregen. ‘Het korps had haar maanden aan het lijntje gehouden. Er leken mogelijkheden en er werd gesproken over oplossingen. Maar ondertussen verstreek zo wel - zonder dat cliënte het in de gaten had - de officiële bezwaartermijn’, vertelt Eva. Toen het NPB-lid zich tot haar politiebond richtte met de vraag of die iets voor haar kon betekenen, was de juridische weg van het bezwaar maken afgesloten. ‘Overigens werkte cliënte al bij de politie. Daarom was ze al lid en kon ze dus ook bij ons terecht. Alleen leek er procedureel weinig te halen. De bezwaartermijn was verlopen en de aanstellingseisen van het korps waren zonneklaar: een gehoorapparaat is een contra-indicatie. Het korps had ons in bezwaar nooit gelijk gegeven.’

Goede redenen
Eva zag echter nog een andere route die openstond: de zaak voorleggen aan het College voor de Rechten van de Mens. ‘Daarbij wilde ik de rechtmatigheid van de regeling zelf aan de kaak stellen. Is die niet onnodig discriminerend? Zeker als je daar de huidige stand van de techniek in meeneemt’, vervolgt ze. Daarmee startte speurwerk door wet- en regelgeving en jurisprudentie. ‘Ik kon daarvoor teruggrijpen op mijn achtergrond als docent Europees recht.’ Maar ook moest worden onderzocht in hoeverre het mogelijke verweer van het korps, feitelijk houdbaar zou zijn. De slotconclusie was in elk geval dat de zaak moest worden voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens.
‘Discriminatie vanwege een beperking is verboden. Maar de wet kent uitzonderingen. Dus het is eigenlijk: discrimineren mag niet, tenzij’, legt Eva uit. ‘En voor die tenzij moet je goede redenen hebben. Het korps meende dat zonder meer te hebben. Volgens het korps was het namelijk niet veilig om mensen met een gehoorbeperking als agent te laten werken, omdat je gehoorapparaten zou kunnen verliezen tijdens een fysieke confrontatie en er niet het water mee in zou kunnen Ook het heimelijk communiceren via oortjes zou niet mogelijk zijn. Het korps stelde dit echter zonder daar (nieuw) onderzoek naar te hebben gedaan.’
Argumenten ontmanteld
In de zitting bij het College voor de Rechten van de Mens wist Eva alle argumenten van het korps te ontmantelen, zowel juridisch als feitelijk. ‘Ik heb de voorzitter ter plekke zelfs in de oren van mijn cliënte laten kijken om het College een beeld te geven hoe vast de huidige apparaten zitten. Mijn collega, Omar Bouziri, heeft alle typen hoortoestellen in kaart gebracht en NPB-collega, eenheidsbestuurder René van Roon, schoot te hulp door uit te zoeken of communicatie niet gewoon via de bluetooth-verbinding van het gehoorapparaat kon. ‘Hij kwam met bevestigende informatie. Er is zelfs een pilot voor dit gebruik, die op dit moment binnen de politie loopt.’ Haar argumenten werden afgetopt met de erkenning vanuit de politie dat gehoorbeschadiging door politiewerk een van de meest voorkomende arbeidsziekten is. ‘De politie maakt agenten zelf doof. De praktijk kent ook heel veel voorbeelden van agenten die gewoon met hoortoestellen aan het werk zijn in een GGP-functie. En dan zegt diezelfde werkgever: maar iemand die doof is geboren, komt er niet in.’

Verouderde aanstellingseisen
Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde in het voordeel van het NPB-lid. De discriminatie was niet gerechtvaardigd. Eva: ‘De kern van de zaak is dat de aanstellingseisen van het korps sterk verouderd zijn. De technologie is sinds de inwerkingtreding daarvan totaal veranderd, maar de regel is nooit meer getoetst. En een organisatie moet wel blijven nagaan of wat aan een bepaalde regeling ten grondslag ligt, nog steeds klopt. Zeker als het gaat om technische aspecten die in razendsnel tempo veranderen. Bovendien streven we met z’n allen naar een meer inclusieve samenleving, ook de politie. Dan moet je extra kritisch zijn ten aanzien van discriminerende normen.’
Tot slot benadrukt de NPB-jurist dat het hier nu niet om één persoon gaat. ‘De uitspraak gaat in op de huidige aanstellingseisen en de rechtmatigheid daarvan. Dat overstijgt een individuele casus. Iedereen die door het korps is geweigerd vanwege een gehoorbeperking, kan er iets aan hebben. Dat geldt ook voor mensen van buiten de politie die met een gehoorapparaat graag agent willen worden.' Dat maakt de overwinning in deze zaak nog extra zoet.

tekst: Jos de Blank | foto: Jos de Blank en Shutterstock