gezondheid
‘Vraag gewoon wat zij nodig heeft’

Gynaecoloog Dorenda van Dijken strijdt al decennialang voor erkenning van overgangsklachten. En tegen allerlei misinformatie, zoals tegen dat ene verkeerd begrepen onderzoek dat wereldwijd schade aanrichtte. Daarom legt ze zo graag uit wat er werkelijk speelt in het lichaam van vrouwen rond de menopauze en waarom dat zeker ook de werkvloer raakt.
In je dertig jaar als gynaecoloog, wanneer is de overgang voor jou een speerpunt geworden?
Eigenlijk al in de jaren negentig, toen hormoontherapie bij overgangsklachten heel gewoon was. Iedereen kreeg het, iedereen was tevreden. Totdat er in 2002 een Amerikaans onderzoek verscheen dat verkeerd in de media terechtkwam. Het bericht was: van hormoontherapie krijg je borstkanker. Dat klopte niet. Het ging om totaal andere producten dan wij hier in Europa gebruiken en om een oudere doelgroep. Maar de schade was gedaan. Wereldwijd stopten artsen met het voorschrijven ervan. Vrouwen die hormoontherapie gebruikten, moesten acuut stoppen. Ik had genoeg achtergrond om te weten dat er iets niet deugde en dat voelde als onrecht. Ik denk dat ik een beetje last heb van het helperssyndroom — ik wilde dat rechtzetten.
Hoe groot is de groep vrouwen die echt last heeft van de overgang?
De overgang heeft heel veel gezichten. Ongeveer één op de vijf vrouwen — 20 procent — heeft nauwelijks klachten. De overige 80 procent ervaart ze in meer of mindere mate. Dat loopt uiteen van af en toe een opvlieger tot de 28 procent die echt niet meer kan functioneren. Die laatste groep slaapt soms maandenlang slecht, is chronisch vermoeid, heeft moeite met concentreren en last van stemmingsklachten, spier- en gewrichtsklachten. Wat ik heel vaak hoor, is dat vrouwen zeggen: ik ken mezelf niet meer. Er is iets met me aan de hand, maar ik kan de vinger er niet op leggen.
Wat gebeurt er precies in het lichaam?
Vrouwen worden geboren met een voorraad eicellen. Die bevatten het hormoon oestrogeen — en in mindere mate progesteron. In de puberteit schommelen die hormoonwaarden vandaar de stemmingswisselingen bij tieners. Na je veertigste beginnen die waarden opnieuw te schommelen en bij sommige vrouwen reageert het lichaam daar gevoeliger op dan bij andere. De bekendste klachten zijn opvliegers en nachtelijk zweten. Maar ook stemmingsklachten kunnen optreden, zelfs zonder warmteklachten. De menopauze zelf — de laatste menstruatie — besef je pas achteraf. De jaren voor die laatste menstruatie heten de perimenopauze. Die fase kan erg vaag beginnen, waardoor vrouwen de klachten aanvankelijk niet herkennen.

Gynaecoloog Dorenda van Dijken in de NPB-studio in gesprek met Patty Boermeester.
Vrouwen lopen soms lang rond zonder diagnose. Hoe komt dat?
Dat heeft meerdere oorzaken. Jarenlang stagneerden nascholingen voor artsen over dit onderwerp. Gelukkig is er sinds juni 2022 een nieuwe richtlijn voor huisartsen. En die kennis wordt nu weer serieus opgepakt. Maar vrouwen zelf weten ook vaak niet wat er met hen aan de hand is. Ze komen bij de huisarts met vage klachten en dan is het een ingewikkelde puzzel. Mijn vuistregel: als je boven de veertig bent en allerlei vage klachten hebt, is het bijna altijd iets met de overgang — tot het tegendeel bewezen is. Een goede tip is om een afspraak te maken bij een verpleegkundig overgangsconsulente. Daar heb je geen verwijzing voor nodig en ze neemt ruim de tijd om alles door te nemen. Dat helpt je ook om met een gerichte hulpvraag naar de huisarts te gaan.
Wat is het effect op het werk?
Enorm. In ons ziekenhuis onderzochten we ziekteverzuim bij vrouwen en 75 procent bleek overgangsklachten te hebben. Twaalf procent van de vrouwen bespreekt overgangsklachten met de leidinggevende. De rest niet uit angst voor gevolgen voor hun carrière, salaris of hoe collega’s hen zien. Dat is begrijpelijk, maar ook jammer. We weten inmiddels dat werk juist goed is voor je. Het geeft structuur, zelfvertrouwen en inkomen. Als vrouwen door klachten minder gaan werken, verlies je waardevolle mensen. In de zorg is 80 procent van het personeel vrouw. Bij de politie, in het onderwijs, in bedrijven: je bent gewoon afhankelijk van die vrouwen. Dit is dus ook een maatschappelijk vraagstuk.
Wat kun je als leidinggevende doen?
Zorg dat je weet wat overgangsklachten inhouden. Niet om er een apart beleid van te maken — want daarmee isoleer je mensen juist — maar zodat je ernaar kunt vragen. Je kunt als leidinggevende gewoon zeggen: ik heb onlangs iets gelezen over de overgang, kennen jullie dat? Vrouwen beginnen er zelf bijna nooit over met een leidinggevende. Ze vinden het veiliger met collega’s. Maar als je als leidinggevende openstaat voor het gesprek, maak je de drempel lager. Kleine aanpassingen op de werkvloer kunnen al veel verschil maken — een koelere ruimte, flexibele werktijden. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Wat kunnen partners en collega’s doen?
Praten en vragen wat de vrouw zelf nodig heeft. Vrouwen weten dat doorgaans heel goed. Vergelijk het met een collega die hoogzwanger is en misselijk: je vraagt ook wat je voor haar kan doen. Dit is hetzelfde. Wat ik ook wil zeggen: vrouwen moeten het ook voor élkaar opnemen. Uit onderzoek bleek dat vrouwen empathischer zijn naar een collega met een huilbaby dan naar een collega in de overgang. Dat zegt iets. We moeten ook onderling het taboe doorbreken.
Wat is ‘hersenmist’ en hoe ernstig is het?
Hersenmist — of brain fog — komt veel voor in de overgang. Het heeft met name te maken met slaaptekort en vermoeidheid en ook met hormoonveranderingen in de hersenen. Het goede nieuws: bij meer dan 90 procent van de vrouwen herstelt het vanzelf. De linkerhersenhelft doet even minder, de rechter compenseert. Wat ik veel hoor, is dat vrouwen bang zijn dat ze dement worden omdat ze steeds hun sleutels vergeten. Dat hoeft niet. Dementie onder de zestig is uiterst zeldzaam en erfelijk bepaald. Als er geen dementie in de directe familie voorkwam op jonge leeftijd, hoef je daar echt niet bang voor te zijn. Wij als zorgverleners moeten mensen geruststellen en niet alleen focussen op wat er niet goed gaat.
Wanneer is hormoontherapie een optie en hoe veilig is het?
Zodra je hinderlijke klachten hebt — en jijzelf bepaalt wat hinderlijk is — heb je recht op hormoontherapie. We werken tegenwoordig uitsluitend met bio-identiek oestrogeen: een molecuul dat gelijk is aan het lichaamseigen hormoon en dat via de huid wordt toegediend. Dat is effectiever, veiliger en geeft geen gewichtstoename. Het risico op borstkanker, waar de fabel van 2002 over ging, zat in een specifiek type synthetisch progesteron dat we niet meer gebruiken. De nieuwe middelen worden vergoed, zijn niet duur en bewezen effectief. Twijfelt je arts of het de overgang is? Probeer het drie maanden. Er is nog nooit iemand doodgegaan aan drie maanden hormoontherapie. Als het helpt, weet je het. Als het niet helpt, zoek je gericht verder.
Wat zou u vrouwen meegeven als belangrijkste boodschap?
Praat erover. Met vriendinnen, met collega’s, met je huisarts. Schrijf je klachten op en neem ze serieus. Informeer jezelf maar wees kritisch op wat je online tegenkomt — de overgang is helaas ook een verdienmodel geworden, met veel producten die weinig helpen. En zorg goed voor jezelf: gezond eten en bewegen helpt, ook al heb je er soms geen puf voor. Het hoeft niet ingewikkeld: een stuk lopen met boodschappen in de hand telt ook. Wees niet te streng voor jezelf. De overgang is een tijdelijke fase — gemiddeld zo’n zeven jaar — tussen twee stabiele fases in. Het gaat over. En daarna ben je, zoals in sommige culturen al heel lang wordt erkend, gewoon een wijze vrouw.

Dorenda van Dijken is gynaecoloog in Amsterdam en gespecialiseerd in hormonale klachten en vrouwengezondheid. Ze is mede-initiatiefnemer van een multidisciplinaire overgangspolikliniek en geeft nascholingen aan artsen en zorgprofessionals.
De website van de NPB besteedt op een speciale themapagina aandacht aan de overgang. Op deze internetpagina zijn onze podcasts, artikelen, berichten en andere bijdragen over dit belangrijke onderwerp gebundeld. Ook vind je er links naar belangrijke en interessante externe websites.
Themapagina overgang
Meer over het NPB-congres

tekst: Jos de Blank | foto's: Shutterstock, Jos de Blank en Medisch Centrum Jan van Goyen